Kinderoefentherapie

Bewegen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Ze draaien, kruipen, bouwen, rennen, klimmen, knutselen en fietsen. Spelenderwijs oefenen kinderen zo hun spieren, zintuigen en motoriek. Ongemerkt leren ze de vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig hebben. Ieder kind leert en ontwikkelt zich op zijn eigen manier en eigen tempo. Maar sommige kinderen vinden het moeilijk om bepaalde vaardigheden aan te leren of goed uit te voeren. In dat geval kan een kinderoefentherapeut hulp bieden!

Kinderoefentherapie helpt kinderen met motorische problemen waardoor bewegen makkelijker en plezieriger wordt. De kinderoefentherapeut is gespecialiseerd in het onderzoeken en behandelen van kinderen met een vraag op het gebied van motoriek, houding en beweging. De behandeling wordt spelenderwijs aangeboden zodat het kind plezier beleeft aan het bewegen en zicht vaardigheden op een leuke manier eigen maakt. De aanpak sluit aan bij de belevingswereld en belangstelling van het kind.

Bij onderstaande voorbeelden kan kinderoefentherapie effectief zijn:

Baby en peuter (0 – 4 jaar)

  • Te hoge of te lage spierspanning
  • Voorkeurshouding
  • Afplatting van het hoofd
  • Achter lopen in het behalen van de mijlpalen (draaien, kruipen, staan, los lopen)
  • Afwijkend lopen (tenen lopen, houterig, vaak vallen)

Kleuter (4 – 6 jaar)

  • Houterig bewegen
  • Afwijkend lopen, rennen, springen of hinkelen
  • Vaak vallen of struikelen
  • Problemen met aanleren van een sport, zwemmen of fietsen
  • Geen plezier hebben in bewegen
  • Niet goed kunnen mikken of vangen
  • Onzeker zijn in het bewegen (of bewegingsangst hebben)
  • Onhandig zijn
  • Nog geen duidelijke voorkeurshand hebben
  • Moeite met knutselen of knippen
  • Moeite met potlood goed vasthouden
  • Moeite hebben met knoopjes en ritsjes
  • Niet goed met bestek kunnen eten
  • Problemen met binnen de lijnen kleuren

Basisschool kind (7 – 12 jaar)

  • Geen plezier hebben in / onzeker zijn over het bewegen
  • Vaak vallen of struikelen
  • Niet goed meekomen tijdens de gymles
  • Onhandig zijn
  • Nog niet kunnen veters strikken
  • Moeite met pen of potlood goed vasthouden
  • Problemen met schrijven en het hanteren van een leesbaar handschrift
  • Problemen in de prikkelverwerking
  • Niet goed stil kunnen zitten

Houdingsklachten (0 – 18 jaar)

  • Houdingsproblemen / scoliose
  • Hoofdpijn